Van Aalsburg Griendhouthandel B.V.

 
Move
Soortengriendhout2
  • zinkstukken
     
     
     
  • zinkstukken
     
     
     

zinkstukken
 
 
 

Klassieke zinkstukken

Een klassiek zinkstuk is een mat compleet opgebouwd van rijshout (hout van knotwilgen e.d.). Het is een zinstuk zonder een laag kunstof geweven doek eronder. Zoals ze vroeger 50/60 jaar terug gemaakt werden. Tegenwoordig gebruiken we in veel constructies doek. Je hebt dan veel minder rijshout nodig, dus is het minder arbeidsintensief. Als je doek gebruikt is dat dus veel goedkoper, maar wel milieu onvriendelijker.
Vroeger had men geen doek, dus werden zinkstukken totaal van rijshout vervaardigd. Van Aalsburg heeft de kennis en ervaring die nodig is voor alle soorten constructies. Klassieke zinkstukken worden en werden vervaardigd om de bodem en oever tegen de eroserende werking van het water te beschermen. Zinkstukken voor op de bodem, en kraagstukken ter bescherming van de oever.


Klik op de foto's om naar de foto albums te gaan.

Zate en bouwen klassiek zinkstuk

Als we een klassiek zinkstuk gaan maken, hebben we als eerste een zate nodig. Een zate is een plaats langs het water, waar de zinkstukken gemaakt worden. Deze zate moet met mobiele kraan berijdbaar zijn, want we moeten veel rijshout verplaatsen om een zinkstuk te bouwen.
Op deze zate worden, om de meter haaks op de waterlijn, kunststof buizen gelegd. Waarom doen we dit? De klassieke zinkstukken zijn enorm zwaar en vaak omvangrijk in grootte. Dus maken we het zinkstuk op de buizen, zodat hij soepel, zonder beschadigingen in het water glijdt.
Tussen deze buizen worden touwen gelegd (sleeplijnen). Die sleeplijnen lopen van het water tussen de buizen naar de uitgerekende plaats. Je hebt langere en kortere lijnen. We hebben deze sleeplijnen nodig om het zinkstuk te water te slepen. Voor het slepen gebruiken we een sleepboot of kraanschip.
We laten dan een bundel wiepen haaks op de buizen zakken. Deze zijn geteld zodat we precies genoegd hebben voor een laag wiepen. De wiepen sjouwen we doorgaans met 3 man, drie wiepen tegelijk. We leggen ze om de meter parallel aan de vorige wiep. Als de eerste laag vol is, leggen we een tweede laag haaks op de eerste. Ook om de meter een wiep, en onderling parallel aan elkaar. We hebben dan een raamwerk van wiepen.
Op ieder kruispunt wordt er een sjorringtouwtje om de wiepen geknoopt. Dit sjorringtouw heeft een speciale eigenschap. De knopen zetten zich vast als ze nat worden. Het touw bestaat uit twee dunne sisal touwtjes en twee polypropleen touwtjes, die in elkaar geweven zijn. Als je een platte knoop met dit touw legt, kan hij niet loslaten, een simpele manier om te testen of het touw goed is. Laat de knoop wel los dan heb niet de juiste combinatie en moet je er lussen in maken. Dit sjorringtouw is ongeveer 2m lang. Je knoopt dit eerste kruis aan een zijde van het touw, en zet de rest met een ijzeren pen omhoog.
Als alles geknoopt is, gaan we bossen rijshout tussen de bovenste laag wiepen uitspreiden. De bossen worden losgesneden en gelijkmatig verdeelt circa tot een dikte van 10 tot 15 cm. Het aantal centimeters rijshout en de dikte van wiepen worden aangegeven door de opdrachtgever. Dit kan Rijkswaterstaat, een gemeente of aannemer zijn. Op deze eerste laag hout wordt nog een tweede aangebracht haaks op de eerste. We hebben nu twee lagen wiepen en twee lagen hout.
De aanvoer op de zate naar zinkstuk wordt gedaan m.b.v. kraan met grijper eraan. Die zorgt ervoor dat we zo min mogelijk hoeven te sjouwen. Vroeger moest men de bossen lopend, naast het zinkstuk van een grote schelf gaan halen. We werken nu veel sneller en met minder moeite.
De volgende stap is; weer een laag wiepen. Deze laag wiepen ligt haaks op de laatste laag rijshout. Precies tegen de pennen met sjorringtouwtjes en parallel aan elkaar. Over deze laag wiepen gaan we nog een keer haaks een laag wiepen aanbrengen. Weer tegen de pennen met sjorringtouwtjes en evenwijdig aan de vorige wiep.
Nu nemen we het touwtje dat door het rijshout staat en knopen we de bovenste wiepen vast. We sjorren dit flink aan en alle lagen wiepen en rijshout zitten aan elkaar vast. Het knopen gebeurd met speciale slagen en knopen.
Vroeger werd er bovenop de laatste laag wiepen nog een vlechtwerk gezet. Er werd dan een rij paaltjes om de 50 cm in de wiepen geslagen, met daartussen wilgentenen gevlochten ongeveer 30 cm hoog. Dit is echter arbeidsintensief en voegt niet veel stevigheid of verbetering meer toe. Een functie was, dat de basaltstenen niet van de mat rollen tijdens zinken. Van Aalsburg adviseert dan ook een laag wiepen extra. Dit kost minder en is effectiever.
De aanvoer op de zate naar zinkstuk wordt gedaan m.b.v. kraan met grijper eraan. Die zorgt ervoor dat we zo min mogelijk hoeven te sjouwen. Vroeger moest men de bossen lopend, naast het zinkstuk van een grote schelf gaan halen. We werken nu veel sneller en met minder moeite.


Klik op de foto's om naar de foto albums te gaan.

Afslepen en zinken

Het klassieke zinkstuk is nagenoegd klaar. De ijzeren pennen opruimen en wat controle van rijshout en wiepen. We zoeken nu de sleeplijnen op die onder het zinkstuk leggen. We zetten deze ook wel met een ijzeren pen omhoog. We maken een speciale lus in het touw en schuiven er een zware balk door. Deze balk wil (als er aan getrokken word) door het zinkstuk heen in de richting waar getrokken word. Hij klemt dus alle lagen samen, zodat de hele mat in de richting van de krachtbron schuift. We zetten soms wel 30 van zulke sleeplijnen met balken erin. Je praat dan wel over een zinkstuk van bv. 50m * 40m lang.
Al deze lijnen gaan richting een ponton of drijvende buis. Daar worden ze strak aan vastgezet.
Een sleepboot of kraanschip wordt aan ponton of buis gekoppeld. Het slepen kan beginnen. Het afslepen kost doorgaans flink moeite. Een klassiek zinkstuk is zwaar, ondanks dat er buizen onder liggen. Nu slepen we het zinkstuk naar de plaats van zinken. Dat is een vastgestelde positie door opdrachtgever. Op plaats van positie zetten we de ponton vast. We laten zogenaamde spudpalen zakken. Deze palen, doorgaans 2 stuks, gaan dwars door de ponton naar de bodem.
We trekken de nu overbodige sleeplijnen eruit en zetten er kortere zinklijnen voor in de plaats. We lopen daarom over het zinkstuk heen. Als rijswerker is dit de lust van je leven, we zijn dan in ons element. Het is tevens een gevaarlijk werkje, een keer een verkeerde stap en je hebt een nat pak. De zinklijnen zetten we ook wel op de zate erin, dat is per project verschillend. De lange sleeplijnen gaan terug naar de zate. Daar worden ze weer op maat tussen de buizen gelegd. Het volgende klassieke zinkstuk kan gemaakt worden. Voor Van Aalsburg is het geen probleem om 2000m2 klassiek zinkstuk per dag te maken.
Terug naar het zinkstuk op het water. De zinklijnen worden vastgezet op een ijzeren balk. Deze balk hangt aan lieren die vanaf de sleep ponton bediend worden. Aan de achterkant van het zinkstuk ligt ook een ponton met spudpalen. Vanaf deze kant wordt het zinkstuk tijdens het zinken handmatig onder controle gehouden. Dit doen we om te voorkomen dat het zinkstuk over de kop slaat. En om de mat op de juiste positie te houden. We zinken soms wel 20 meter diep.
We laten de balk met daaraan het zinkstuk zakken naar de bodem. Als de spanning van de lieren af is weten we dat de balk (met een deel van de mat) op de bodem ligt. Dan gaan we met kraanschip er nauwkeurig basalt op storten. De mat strooien we meter voor meter vanaf de zinkbalk naar de andere ponton onder water. Als we teveel stenen op een plaats storten dan zinkt de mat daar harder, en is het mogelijk dat de mat niet op positie ligt. Het vergt een nauwkeurige samenwerking tussen de mensen op de pontons en het kraanschip.
Op het moment dat de mat gezonken is, ontgrendelen we de balk dmv een speciale techniek. De balk is nu los van het klassieke zinkstuk en halen we de balk met de lieren omhoog. De zinklijnen van de andere ponton hebben we dubbel op de ponton vast staan. Die kunnen we nu zo (aan een zijde van de zinklijn) uit het gezonken zinkstuk trekken. Om de positie van het gezonken klassieke zinkstuk niet te vergeten, zetten we lange dubbele lijnen met een boei aan de hoeken. Met deze boeien kunnen we vaak ook de positie van de volgende mat bepalen. We zijn nu klaar en kunnen aan het volgende zinkstuk verder.


Klik op de foto's om naar de foto albums te gaan.

Wiepen

Een wiep is een rol van rijshout, machinaal omwikkeld met touw.
Met rijshout bedoelen we allerlei soorten 2/4 jarig wilgenhout. Dit rijshout wordt in de winter gekapt of gemaaid. Dan maken we bossen met een omtrek van circa 60 cm met twee touwtjes erom. Tegen een wiepenmachine staat een "tafel". Op deze tafel leggen we telkens nieuwe bossen, waarvan we de touwtjes los snijden. Dit losse rijshout stoppen we tussen twee rollen die draaien. Dan wordt het rijshout geperst en door de machine getrokken. En schuift aan de andere zijde door een goot. Direct na deze rollen worden er touw omheen gewikkeld. Als we voor sterkere wiepen meer touw erom doen kunnen we dit regelen met een computer.
De dikte van de wiep is ook variabel, we maken de wiepen naar vereiste. Van Aalsburg maakt doorgaans wiepen van 30 cm omtrek maar 40 cm is ook geen probleem. Om de wiep op een bepaalde lengte te krijgen, stoppen we met hout invoeren en breken de laatste toppen af.
Wij maken wiepen van 1 tot 20 meter. We hebben ook de capaciteit om ze zelf te vervoeren over de weg. Als een zinkstuk breder is, bijv. 24 meter dan gebruiken we twee wiepen van 13 meter. Die overlappen elkaar 2 meter en omdat ze minimaal twee keer dubbel vast geknoopt zitten krijgen we toch een stevig zinkstuk. Een maximale dag productie voor van Aalsburg ligt op circa 20/30 km wiepen. Dat gebeurt dan met 4 wiepenmachines. Alle machines met drie medewerkers, en een kraanmachinist voor de aan en afvoer.
Voor het laden en lossen van wiepen gebruiken we een evenaar. Dat is een ijzeren balk met 3 kettingen eraan zodat we een bundel van 30 stuks in een keer horizontaal kunnen hijsen. Alle transporten over de weg met rijshout wiepen of onze machines verzorgen we zelf.